Gemaakt voor lokale woningenHet Miljoenenkwartier is gebouwd op de terreinen van de Wereldtentoonstelling van 1913, tussen de Kortrijksesteenweg, de Krijgslaan en het Sint-Pietersstation, en werd in de jaren twintig en dertig de duurste wijk van Gent, vandaar de naam. Rond het Paul de Smet de Naeyerplein staan de grote villa's en herenhuizen van de Gentse burgerij, in art deco, cottagestijl en Vlaamse neorenaissance, met tuinen, garages en soms een conciërgewoning; in de Congreslaan, de Vaderlandstraat en de Fortlaan staan de iets kleinere burgerhuizen uit dezelfde jaren, en daartussen de modernistische woningen die de wijk beroemd maakten, zoals het eigen huis van Gaston Eysselinck in de Vaderlandstraat. Binnen betekent interbellum hier: een hal met marmer of terrazzo, een salon en eetkamer met ronde hoeken en glasramen, parket in visgraat, ingebouwde kasten en radiatoren met een marmeren dekblad, en boven vier of vijf slaapkamers met een badkamer uit de tijd zelf. Sinds de wijk beschermd stadsgezicht is, blijven gevels en veel interieurs gaaf, maar de techniek loopt achter: enkel glas in staalramen, weinig isolatie en een EPC-label dat zelden beter is dan E. Op foto's gaat het op twee manieren mis. Huizen die na vijftig jaar bewoning op de markt komen, staan vol meubels van drie generaties, zware gordijnen en een tapijt over het parket, waardoor de ruimte kleiner oogt dan ze is. En wie de details wil tonen, fotografeert de lege kamers, waarna de koper vooral de renovatie ziet. Digitaal opruimen legt parket, glasramen en ronde hoeken bloot; daarna richt je de kamers in een stijl in die bij het interbellum past, op schaal en met de tuin in beeld. Staalramen, terrazzo en schouw veranderen niet.
Waarom het werkt in het MiljoenenkwartierHet Miljoenenkwartier is de wijk waar Gentse artsen, professoren en advocaten al een eeuw wonen, en de kopers van vandaag lijken op die van toen: gezinnen met een dubbel inkomen van de universiteit en de ziekenhuizen bij de Sterre, Brusselse pendelaars die het Sint-Pietersstation op wandelafstand willen, en doorstromers uit de rijwoningen van de Brugse Poort of Ledeberg die een tuin en vier slaapkamers zoeken. Het aanbod is per definitie klein, want de wijk is af en de huizen gaan vaak binnen de familie over; wat op Immoweb komt, is dikwijls een nalatenschap of een huis dat veertig jaar door dezelfde bewoners is bewoond, met alles wat daarbij hoort. De prijzen behoren tot de hoogste van Gent, en tegelijk moet bijna elke koper rekening houden met een energierenovatie: het EPC-label verplicht ertoe, en de beschermde staalramen maken het lastiger dan elders. Kandidaat-kopers weten dat en zoeken op de foto's naar wat het huis vandaag al is: de proporties, het parket, de glasramen, de tuin. Een fotorij waarin de salon leeg is van de vorige generatie en warm ingericht in een stijl die bij het interbellum past, laat zien waarom dit huis de vraagprijs waard is ondanks het label. Een fotorij met drie generaties meubels laat vooral zien wat er weg moet. Voor de Brusselse pendelaar die op zaterdag maar één bezoek plant, doet de deelbare woningpagina met de originelen ernaast het voorwerk; voor de Gentse doorstromer bevestigt ze dat het huis geen bouwwerf is.
Stijlen die verkopen in het MiljoenenkwartierMid-century voor de interbellumhuizen: teak, wol en ronde vormen die bij de art deco en het parket passen. In de modernistische huizen werkt Modern, strak en ingetogen, zodat de staalramen en de ronde hoeken het beeld bepalen.